Maatregelen medewerker bij duwen en trekken van kabels

Risico: Duwen en trekken van kabels

Beschrijving: Duwen en trekken aan elektriciteitskabels kan leiden tot aandoeningen aan het bewegingsapparaat (gewrichten en spieren). Dit is afhankelijk van diverse factoren zoals de dikte, lengte en zwaarte van de kabel, de stugheid van de kabel, of en waar de kabel ingevoerd moet worden en de omgeving en positie waarin dit gebeurt.  

Maatregelen medewerker bij duwen en trekken van kabels

Voor u begint

  • Zorg voor circa 5 meter vrije ruimte voor het station aan de zijde van invoer van de kabels.
  • Zorg voor voldoende diepte van het werkgebied zodanig dat de invoer van de kabel onder een ‘juiste’ hoek uitgevoerd kan worden. Voor invoer onder een hoek van 45° betekent dit minimaal 50 cm dieper dan de doorvoeringen in het station. Let hierbij op de stabiliteit van het station wanneer deze op staal is gefundeerd (niet op palen).
  • De breedte van het werkgebied dient minimaal gelijk te zijn aan de breedte van de invoerzijde van de MSR.
  • Het werkgebied dient vrij te zijn van water (indien nodig toepassing van bemaling).
  • Zorg voor een stevige ondergrond voor het station zodat je bij het manoeuvreren en invoeren een stabiele en gelijke ondergrond hebt om op te staan.
  • Bereid het station en de schakelinstallatie zodanig voor dat tijdens de invoer de kabel begeleid en opgevangen kan worden om op de juiste plek naar de installatie te geleiden.
  • Kleur de kabels uit om te bepalen welke kabel waar ingevoerd moet worden. Volg hiervoor de bedrijfsspecifieke instructies.
  • Voor het invoeren van 630 mm2 Al singels in compact stations zijn minimaal 3 medewerkers nodig voor het manoeuvreren en invoeren van kabels.  
  • Spreek vooraf met de aanwezige medewerkers het plan voor de invoer door. Goede communicatie vooraf en tijdens het invoeren is essentieel in het voorkomen van fysieke overbelasting door bijvoorbeeld het niet gelijktijdig kracht zetten of in tegengestelde richting werken.
  • Zorg voor de volgende hulpmiddelen: 
    - Handschoenen voor goede grip 
    - Glijmiddel voor kabels;
    - Schuurpapier of mes voor het afschuinen van de kunstmantel vooraf 
    - Buigtool (bijv. een buigijzer);
    - Bordes of kamersteiger ten behoeve van de montage na invoer

 

Tijdens het werk

 

  • Zorg dat de in te voeren kabels recht op het station aan komen. Wanneer binnen de 5 meter vrije ruimte nog een bocht gemaakt moet worden bemoeilijkt dat de invoer.
  • Maak met behulp van een buigtool vooraf een bocht in de in te voeren kabel met een radius van ongeveer één meter.
  • Gebruik het voorgeschreven glijmiddel door deze in de doorvoer van bovenaf aan te brengen. Breng geen glijmiddel aan op kabel.
  • Gebruik de voorgeschreven handschoenen voor betere grip.
  • Breng het kabeluiteinde naar de juiste kabelinvoer van de MSR en voer deze in.
  • Bij het in positie brengen en invoeren van een kabel zijn minimaal twee medewerkers in de sleuf aanwezig de derde persoon begeleid de kabel in het station.
  • Indien de kabel niet direct de gehele kabelinvoerbuis doorgaat, dient deze 10-20 cm te worden teruggehaald en nogmaals ingevoerd. Voorkom hierbij explosieve kracht maar doe dit geleidelijk.
  • Begeleidt de kabel aan de bovenzijde, zodra deze de kabelinvoerbuis uitkomt.
  • Zorg dat er minimaal twee meter overlengte aanwezig is na invoer van de MS-kabel
  • Monteer de kabel volgens de daarvoor geldende instructies. Gebruik hierbij zoveel als mogelijk een buigtool voor het weer rechten van de kabel. 

 

Maatregel voor: 
Medewerker
Maatregel status: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregel status
Datum: 
29 mei 2024
Revisie informatie: 
1e revisie 04-11-2014, 2e revisie 15-11-18, 3e rivisie: 29 mei 2024