Maatregelen medewerker tegen blootstelling aan gevaarlijke stoffen in verontreinigde bodem bij urgente storingen en calamiteiten
Risico: Blootstelling aan gevaarlijke stoffen in verontreinigde bodem bij urgente storingen en calamiteiten [1]
Beschrijving: blootstelling aan gevaarlijke stoffen in verontreinigde bodem kan de gezondheid ernstige schade toebrengen.
Definitie urgente storingen en calamiteiten: Verstoringen waarbij grote maatschappelijke onrust ontstaat of direct gevaar dreigt voor mensen en/of sprake is van bijvoorbeeld ongecontroleerde gasuitstroom, die onmiddellijk ingrijpen verlangen om de situatie veilig te stellen.
OPMERKING: De sector volgt de CROW 400 en geeft daar een invulling aan in de Arbocatalogus. De voorgestelde werkwijze bij werkzaamheden in de bodem bij urgente storingen en calamiteiten is uitgewerkt voor de Arbocatalogus van de Netwerkbedrijven.
Maatregelen medewerker tegen blootstelling aan stoffen in verontreinigde grond bij urgente storingen en calamiteiten
Voorafgaand het werk
- Wordt er gekeken of er een veiligheidsklasse is vastgesteld voor de uit te voeren werkzaamheden, of dat er is vastgesteld dat er geen veiligheidsklasse van toepassing is.
- Indien er vermoeden of sprake is van verontreinigde bodem: stemmen medewerker en werkverantwoordelijke in overleg af of er noodzaak is tot direct herstel, of dat het af kan met provisorisch herstel of niet-urgent storingsherstel.
-
Wanneer de noodzaak tot direct herstel in mogelijk verontreinigde bodem is vastgesteld. Bepaal dan of het mogelijk is de storingswerkzaamheden op een andere manier uit voeren. Zoals:
- een alternatief tracé;
- een tijdelijke noodleiding aanbrengen;
- omleiden via een andere middenspanningsruimte;
- de kabel/leiding tijdelijk ovengronds leggen;
- gebruik van een generator.
- De werkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden als de werknemer aantoonbaar geïnstrueerd is over de risico’s van werken in verontreinigde bodem in storingssituaties.
-
Werknemer dient te beschikken over de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s), Zoals:
- geheel lichaam bedekkende gesloten overall;
- veiligheidslaarzen of hoge veiligheidsschoenen;
- geschikte handschoenen.
- De werkplek dient op correcte wijze afgezet te zijn (b.v. met bouwhek, afzethek, skigaas).
Tijdens het werk
- Voer de graafwerkzaamheden zorgvuldig uit en let op afwijkende omstandigheden zoals verkleuringen of geur.
-
Beperk de blootstelling aan verontreinigde bodem door:
-
Bij werken in de grond altijd de standaard hygiënische maatregelen na te leven (werken volgens basishygiëne):
- Niet roken, eten en drinken tijdens de werkzaamheden.
- Was uw handen, armen en gelaat met water en zeep bij verlaten werkplek en bij pauze.
- Voorkom verontreiniging buiten de werkplek (zoals pauzeplek). Bij pauzes o.a. de overall en vuil schoeisel uitdoen.
- Reinig schoeisel en gereedschap grondig.
- Voorkom stofvorming door grond vochtig te houden.
-
Gebruik van minimaal:
- een geheel lichaam bedekkende gesloten overall;
- veiligheidslaarzen of hoge veiligheidsschoenen;
- geschikte handschoenen.
-
Bij werken in de grond altijd de standaard hygiënische maatregelen na te leven (werken volgens basishygiëne):
-
Bij twijfel over, of afwijkingen in, de bodemkwaliteit, dienen de werkzaamheden gestaakt te worden en werkverantwoordelijke of leidinggevende op de hoogte gesteld te worden. Verontreinigde bodem kan o.a. herkend worden aan:
- Vreemde geuren en kleuren;
- Onwel worden (hoofdpijn, misselijkheid, tinteling op de tong, huiduitslag, duizeligheid)
- Bodemvreemde materialen zoals asbest, puin, asfalt en afval;
- Aanwezigheid van drijflagen (olie);
- Aantasting van bestaande kabels en leidingen;
- Aanwezigheid van verpakkingen van chemische stoffen;
- Geheel of gedeeltelijk afgestorven begroeiing;
- Historisch plaats gevonden bodemverontreinigende activiteiten op de locatie.
In geval van afwijkingen kan de werkverantwoordelijke of leidinggevende de veiligheids- of milieudeskundige raadplegen of calamiteitendienst inschakelen. Deze zullen de te nemen maatwerkmaatregelen vaststellen of adviseren de werkzaamheden te staken.
Na afloop van het werk en bij onderbreking van het werk
- Voorkom verontreiniging buiten de werkplek, o.a. de plek waar de pauze gehouden wordt. Bij pauzes o.a. de overall en vuile schoeisel uitdoen.
- Was bij pauzes en bij het verlaten van de werkplek handen, armen en gelaat met water en zeep.
- Trek na afloop PBM's (overall en handschoenen) uit, maak gereedschap, materieel en laarzen goed schoon van aanhangend vuil met zachte borstel en/of water.
- Het reinigen van de overalls wordt door de werkgever (industrieel) verzorgd (het is niet toegestaan om de overalls thuis te wassen).