Maatregelen organisatie bij blootstelling aan extreme weersomstandigheden

Risico: blootstelling aan extreme weersomstandigheden

Beschrijving:  blootstelling aan koude, warmte, fel zonlicht (uv-straling), storm en rukwinden met als gevolg fysieke schade zoals bevriezing, verbranding, verstoring van de warmtebalans, zonnesteek en het risico op huidkanker.

Maatregelen organisatie bij blootstelling aan extreme weersomstandigheden

  • Plan en organiseer de werkzaamheden zodanig dat het werk bij extreme weersomstandigheden onderbroken kan worden dan wel uitgesteld kan worden.
  • Waarschuw de medewerkers over extreme weersomstandigheden die risico’s met zich mee kunnen brengen.
  • Zorg voor die middelen die benodigd zijn voor de verschillende typen extreme weersomstandigheden en houd rekening met de verschillende seizoenen.
  • Geef voorlichting en instrueer medewerkers over de risico’s van werken en rijden bij extreme weersomstandigheden.
  • Geef voorlichting en instructie over het herkennen van symptomen van oververhitting en onderkoeling en de maatregelen die daarbij genomen moeten worden.
  • Laat NL-Alert installeren op de telefoon van de medewerker.
  • Zorg voor regelmatig contact met de medewerker.
  • Wees alert bij gezondheidsklachten van medewerkers
  • Zorg voor die middelen die benodigd zijn voor de verschillende typen extreme weersomstandigheden en houd rekening met de verschillende seizoenen zoals:.

Bij blootstelling aan lage temperaturen /extreme kou

  • Pas de werkplanning aan de weersomstandigheden aan.
  • Zorg voor een goede inrichting van de werkplek door beschermende maatregelen te nemen tegen kou.
  • Stel winter- en doorwerkkleding, handschoenen en muts en schoeisel beschikbaar.
  • Laat tijdig de zomer of winterbanden wisselen van de bedrijfswagens.
  • Verwarm de schaft- en verblijfsruimte tot minimaal 18 graden.
  • Plaats een standkachel in bedrijfswagens voor inzet in een storingsdienst.
  • Zorg bij lage temperaturen voor verdeling van het werk over meerdere medewerkers en pas zo mogelijk de planning aan.
  • Stel middelen beschikbaar om het risico van uitglijden te beperken zoals: antislipijzers, overschoenen, hoesjes.

Bij blootstelling aan hoge temperaturen (hittegolf)

  • Pas indien het werkrooster aan en begin vroeg.
  • Probeer de zon tussen 12.00 en 15.00 uur zoveel mogelijk te vermijden.
  • Vermijd of verminder zwaar intensief  werk.
  • Vermijd werken in verontreinigde grond.
  • Las extra pauzes in op een koele plaats.
  • Zorg voor ventilatie (bijvoorbeeld ventilatoren).
  • Verstrek middelen om schaduw te creëren (zoals tent, parasol).
  • Zorg dat er voldoende water wordt verstrekt of aanwezig is.
  • Zorg bij temperaturen hoger dan 30 °C voor verdeling van het werk over meerdere medewerkers en pas indien mogelijk de planning aan.
  • Controleer de werkplekken en stel vast of medewerkers zich beschermen tegen hoge temperaturen.
  • Bescherm fysiek kwetsbare medewerkers (zoals zwangeren, medewerkers met slechte conditie, hart- en vaatziekten, diabetes, hoge bloeddruk of longaandoeningen (CARA)).

(Maatregelen organisatie) bij blootstelling aan fel zonlicht (uv-straling)

  • Plan en organiseer de werkzaamheden zodanig dat het werken in de felle zon tussen 12:00 uur en 15:00 uur in de periode van globaal mei t/m juli zoveel mogelijk wordt vermeden.
  • Zorg voor middelen om schaduw te creëren.
  • Verstrek zonnebrandcrème.
  • Stel zonnebrillen met UV-filter beschikbaar voor het werken in direct zonlicht.
  • Stel een pet of een helm met nekflap beschikbaar.

 

Maatregel voor: 
Organisatie
Maatregel status: 
Goedgekeurd door Inspectie SZWGoedgekeurd door Inspectie SZW
Datum: 
20 maart 2012
Revisie informatie: 
revisie 28 juni 2016