Maatregelen medewerker tegen blootstelling aan stoffen in de verontreinigde bodem bij urgente storingen en calamiteiten

Risico: Blootstelling aan stoffen in de verontreinigde bodem

Beschrijving: blootstelling aan gevaarlijke stoffen in de bodem kan de gezondheid ernstige schade toebrengen.

Definitie urgente storingen en calamiteiten: Verstoringen waarbij grote maatschappelijke onrust ontstaat of direct gevaar dreigt voor mensen en/of sprake is van bijvoorbeeld ongecontroleerde gasuitstroom, die onmiddellijk ingrijpen verlangen om de situatie veilig te stellen.

OPMERKING: De sector volgt de in 2018 verschenen CROW 400 en geeft daar een invulling aan in de Arbocatalogus. De voorgestelde werkwijze bij werkzaamheden in de bodem bij urgente storingen en calamiteiten is uitgewerkt voor de Arbocatalogus van de Netwerkbedrijven.

Maatregelen medewerker tegen blootstelling aan stoffen in verontreinigde grond bij urgente storingen en calamiteiten 

Voor u begint

  • Indien u vermoedt dat er sprake is van verontreinigde bodem: stem in overleg met de werkverantwoordelijke de noodzaak van direct herstel of provisorisch herstel van de storing af. Bepaal samen met uw werkverantwoordelijke (evt. uw leidinggevende) of het oplossen van de storing gepland kan worden, dus of de status kan worden verlaagd naar niet-urgent storingsherstel.
  • Bepaal of de storingswerkzaamheden op een andere manier kunnen worden uitgevoerd, zodat u niet in mogelijk verontreinigde bodem hoeft te werken. Denk hierbij aan de volgende mogelijkheden:
    • een alternatief tracé;
    • een tijdelijke noodleiding aanbrengen;
    • omleiden via een andere middenspanningsruimte;
    • de kabel/leiding bovengronds leggen tot u wel veilig de grond in kunt;
    • gebruik van een generator.
  • U mag het werk alleen uitvoeren als u aantoonbaar bent geïnstrueerd over de risico’s van werken in verontreinigde bodem in storingssituaties.
  • Zorg dat u beschikt over de juiste PBM’s: een geheel lichaam bedekkende gesloten overall, S3 veiligheidslaarzen of hoge veiligheidsschoenen en handschoenen (vanaf veiligheidsklasse rood nitril of NBR handschoenen)
  • Zorg voor een afgezette werkplek (b.v. met bouwhek, afzethek, skigaas).

Tijdens het werk

  • Voer de graafwerkzaamheden zorgvuldig uit en let op afwijkende omstandigheden zoals verkleuringen of geur.
  • Beperk de blootstelling aan verontreinigde bodem door:
    • Bij werken in de grond altijd de volgende gedragsregels (standaard hygienische maatregelen) na te leven:
      • Niet roken, eten en drinken tijdens de werkzaamheden.
      • Was uw handen, armen en gelaat met water en zeep bij verlaten werkplek en bij pauze.
      • Voorkom verontreiniging buiten de werkplek, o.a. de plek waar de pauze gehouden wordt. Bij pauzes o.a. de overall en vuil schoeisel uitdoen.
      • Reinig schoeisel en gereedschap.
      • Voorkom stofvorming door grond vochtig te houden.
    • Gebruik te maken van minimaal een geheel lichaam bedekkende gesloten overall, S3 veiligheidslaarzen of hoge veiligheidsschoenen en handschoenen (vanaf veiligheidsklasse rood nitril of NBR handschoenen)
  • Bij twijfel over, of afwijkingen in, de bodemkwaliteit: staak de werkzaamheden en bel de werkverantwoordelijke/leidinggevende. U kunt verontreinigde bodem herkennen aan:
    • Vreemde geuren en kleuren;
    • Onwel worden (hoofdpijn, misselijkheid, tinteling op de tong, huiduitslag, duizeligheid)
    • Bodemvreemde materialen zoals asbest, puin, asfalt en afval;
    • Aanwezigheid van drijflagen (olie);
    • Aantasting van bestaande kabels en leidingen;
    • Aanwezigheid van verpakkingen van chemische stoffen;
    • Geheel of gedeeltelijk afgestorven begroeiing;
    • Of als u weet dat er bodemverontreinigde activiteiten hebben plaatsgevonden op de locatie.
  • In geval van deze afwijkingen kan uw leidinggevende of de werkverantwoordelijke indien nodig de deskundige raadplegen (b.v. achtervang/calamiteitendienst/veiligheids- of milieudeskundige).  De deskundige kan maatwerkmaatregelen vaststellen of adviseren de werkzaamheden te staken. Indien het werk wordt voortgezet:
    • Werk dan bij een afwijkende situatie (grond is verkleurd, ruikt vreemd of dode
    • plantentresten of verpakkingsmateriaal wordt aangetroffen) met aanvullende PBM.
    • Draag, indien geadviseerd, een wegwerpoverall en adembescherming (ABEK P3).
  • Werk, indien de grond geen afwijkingen vertoont, volgens de standaard hygiënische maatregelen (zoals genoemd bij 2e bullet tijdens het werk).
     

Na afloop van het werk en bij onderbreking van het werk

  • Voorkom verontreiniging buiten de werkplek, o.a. de plek waar de pauze gehouden wordt. Bij pauzes o.a. de overall en vuile schoeisel uitdoen.
  • Was bij pauzes en bij het verlaten van de werkplek uw handen, armen en gelaat met water en zeep.
  • Trek na afloop persoonlijke beschermingsmiddelen (overall en handschoenen) uit, maak gereedschap, materieel en laarzen goed schoon van aanhangend vuil met zachte borstel en/of water.
  • Het reinigen van de overalls moet door de werkgever worden verzorgd  (het is niet toegestaan om de overalls thuis te wassen).
Maatregel voor: 
Medewerker
Maatregel status: 
Goedgekeurd door Inspectie SZWGoedgekeurd door Inspectie SZW
Datum: 
15 mei 2018